Tips en trucsIk voel me niet zeker over mijn taalbeheersing.
Voor een niet-native speaker is dat begrijpelijk. Houd echter in gedachten dat je altijd veel meer weet dan je leerlingen.
Geef jezelf "some credit": bedenk dat af en toe een fout maken niet erg is. Dat doe je in je moedertaal ook. Zolang je een fout
er niet bij de leerlingen inslijt, is er niets aan de hand. En verder geldt: oefening baart kunst, ook voor de docent!
Ik ben bang dat ze me niet goed begrijpen.
Houd je taal (zeker in het begin) simpel. Maak gebruik van vertaling op het bord, van illustraties, gebaren, uitbeelden,
voordoen, attributen, acteurs (de leerlingen). Voer nieuwe instructies en nieuw vocabulaire gedoseerd in. Hang posters aan de
muren met de belangrijkste instructies in de doeltaal en de moedertaal. Gebruik je hele arsenaal aan onderwijstechnieken om de
leerlingen te laten begrijpen wat je zegt. Het belangrijkste is om het eenvoudig te houden. Niet teveel in een keer,
steeds dezelfde formulering voor dezelfde instructie. Controleer voortdurend of alle leerlingen het begrijpen en wees geduldig
met degenen die het nog niet begrijpen. Ga pas door met iets nieuws wanneer je zeker weet dat iedereen heeft begrepen wat je zegt.
Een goede oefening in deze vaardigheden biedt de TPRS-basistraining van TPRS Nederland.
Ook Taalleermethoden.nl biedt workshops aan op dit gebied.
Mijn leerlingen zijn niet gemotiveerd om de doeltaal te verstaan en te spreken.
Zorg dat het voor hen persoonlijk van belang wordt om in die taal te communiceren: zorg dat je lessen over HEN gaan.
Bespreek hun hobby's, hun popidolen, hun huisdieren. Bouw een klein verhaaltje rondom hun huisdier/hobby/... Pubers,
kinderen en zelfs volwassenen zijn voornamelijk (zo niet alleen) geinteresseerd in wat hen persoonlijk aangaat.
Niet in een denkbeeldige tiener in een lesboek. Toon interesse in wat hen bezig houdt en de doeltaal wordt
ineens van groot belang! Hoe u dit aanpakt leert u in de workshop Personal questions and answers van TPRS Nederland.
Het lukt me niet om grammatica uit te leggen in de doeltaal.
Er is nooit aangetoond dat uitleg van grammatica de taalvaardigheid bevordert.
Het bevordert wel het vermogen om de taal te kunnen analyseren. De vraag die je je dus moet stellen is: wat wil ik mijn leerlingen
leren? Wil ik ze de taal leren bestuderen, of wil ik ze de taal leren gebruiken? In het laatste geval is het niet nodig om grammaticaregels
uit te leggen. Sterker nog, regels werken belemmerend bij het spreken. Wel blijkt het de taalverwerving te ondersteunen als
leerlingen voortdurend worden gewezen op de contextuele betekenis van grammaticale verschijnselen. Dit kan iets zijn als:
"zie je de 'ez' in 'voulez'? Die hoort bij 'vous'." Na dit enkele malen verteld te hebben, kan dit, steeds wanneer zich dit
verschijnsel voordoet, aan de leerlingen gevraagd worden, net zolang tot zij het geinternaliseerd hebben. Een dergelijke
confrontatie met een grammaticaal verschijnsel hoeft niet meer dan twee, drie seconden in beslag te nemen. Het kan in de moedertaal
gedaan worden (omdat het zo kort is) of in de doeltaal. In dit laatste geval is het gebruik van vaste formuleringen gewenst om de leerlingen niet
in de war te brengen.
Ik ben bang dat ouders gaan klagen.
Zouden ouders gaan klagen wanneer hun kinderen eindelijk echt een taal leren verstaan en spreken op school? Ze zullen juist blij zijn!
Er wordt alleen geklaagd als de leerlingen niets begrijpen van de les. Dit voorkom je door langzaam te spreken en, heel belangrijk,
het zo simpel mogelijk te houden. Herhaal veel, en zoals hierboven is besproken: probeer niet om in de
doeltaal grammatica uit te leggen. Zorg dat je de leerlingen op hun persoonlijke interesses aanspreekt. Wees vriendelijk en
enthousiast. Je zult niemand horen klagen.
Copyright: Doeltaal = Voertaal, 2008 |
||